‘Do me, man.’

‘Do me, man.’

‘Do me, man.’

‘Ik ben de nieuwe bewoonster (kleine kamer, maar m’n bed past er in) – en …
‘… ik woon hier al wat langer, lekkere grote kamer helemaal boven.’
‘Zo goed? Moet wel scherp zijn, hè?’

‘Hoe lang duurt het – víjf seconden?! Oké.’

‘Coffee! Like this?’

‘Het is niet druk.’

‘Oh, juist. Nou, daar heb ik geen bezwaar tegen. Hij hier is mijn zoon.’

‘Ja, is goed. Kan ik je nog bellen – ik heb een fotograaf nodig.’

‘Geen moeite mee, hoor. Doe maar.’ [Dubbelportret met vrouw was een stap te ver.] 
‘Ik zal m’n haar los doen, dat is veel mooier.’

‘Nee hoor, is goed, doe maar. Wil je wat drinken – echt niet? Voetbalteleurstelling? Gewoon naar de dag van morgen kijken.’

‘From Slovakia. Holland or Czechia? That is a difficult question. Holland? I shall consider your advice.’

‘Doe ik ook. Die? Dat is mijn vrouw.’ *)
‘Wel met haar erbij, hoor.’ [Zucht.]

‘Echt leuk dat je dit doet.’ [Te aardig – en dat tussen de stress van verdwenen fietscomputer en de wachtende business meeting.]

‘Je moet wel even precies zeggen wat ik moet doen, hoor!’ [Gewoon, zo. Prima, bedankt!]

‘Goed verhaal, joh. Doe maar. – Bedankt!’ (Box.)

‘Wat er tegenwoordig allemaal in de kranten staat … – wat een ellende in de wereld. Vooral elders.’

‘Oh …, yes …, well, okay.’
